ECLI:NL:GHAMS:2012:BW3727
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake toepassing artikel 31 Wet op de omzetbelasting bij overdracht onderneming
Belanghebbende, een onderneming die dameskledingwinkels exploiteert, voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die haar beroep tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting ongegrond verklaarde.
De zaak betrof de vraag of de overdracht van winkelpanden, inventaris, handelsnaam en voorraad door A-B B.V. aan belanghebbende kwalificeerde als een overdracht van een onderneming in de zin van artikel 31 Wet Pro OB, waardoor geen omzetbelasting verschuldigd zou zijn. Het hof sluit zich aan bij de rechtbank en stelt vast dat de verschillende overeenkomsten en facturen tezamen moeten worden beschouwd als de overdracht van een algemeenheid van goederen die een onderneming vormt.
Belanghebbende stelde dat het haar slechts ging om de huurrechten van de winkels en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met een eerder arrest van de Hoge Raad. Het hof verwerpt deze stellingen en benadrukt dat de koopovereenkomsten en facturen betrekking hebben op de overdracht van de onderneming inclusief handelsnaam, inventaris en voorraad.
Het hof vermindert de naheffingsaanslag tot € 84.764, vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Tevens wordt het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting tot € 84.764.