ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4144
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Ingelse
- G.C. Makkink
- M.P. Nieuwe Weme
- R.A.H. van der Meer
- H. de Munnik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot enquête en voorzieningen inzake verkoop aandelen Rolldock
Van Genderen Invest B.V. (VGI) verzocht de Ondernemingskamer om een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Zadeko en STAK Zadeko, met betrekking tot de beëindiging van de deelneming in RollDock B.V. en de verkoop van aandelen aan V3 Holding B.V. VGI stelde dat de verkoopprijs niet marktconform was en dat de bestuurders hun eigen belangen dienden ten koste van de vennootschap en certificaathouders.
De Ondernemingskamer oordeelde dat STAK Zadeko geen onderneming drijft waarvoor een ondernemingsraad moet worden ingesteld en dat VGI onvoldoende aannemelijk maakte dat er sprake is van een organisatorische en economische eenheid met Zadeko. Hierdoor was VGI niet ontvankelijk voor het verzoek tegen STAK Zadeko.
Ten aanzien van Zadeko oordeelde de Ondernemingskamer dat VGI certificaten hield zonder medewerking van de vennootschap, waardoor zij niet de rechten van certificaathouders genoot zoals in de wet geregeld. De wijze van informatieverstrekking door Zadeko was adequaat en het bestuur had een deugdelijke belangenafweging gemaakt. De verkoopprijs van USD 29,5 miljoen werd niet onredelijk geacht, mede gelet op een deskundigenrapport en het ontbreken van alternatieve kopers.
De Ondernemingskamer concludeerde dat er geen gegronde redenen waren om aan het beleid van Zadeko te twijfelen en wees het verzoek af. VGI werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot enquête en voorzieningen afgewezen en VGI veroordeeld in de kosten.