ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4781
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesrechtelijke beperkingen op uitingsvrijheid in aandelenbeslaggeschil
In deze zaak stond centraal of de voorzieningenrechter in kort geding een partij kon verbieden om bepaalde passages in processtukken op te nemen en zich te onthouden van uitingen over het handelen van NLMK en International in het kader van een beslag op aandelen.
NLMK en International vorderden dat [geïntimeerde] zich zou onthouden van het uiten van beschuldigingen van onrechtmatig handelen en een passage zou opnemen waarin het hof hun handelen rechtmatig verklaarde. [geïntimeerde] voerde onder meer aan dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was en dat er sprake was van litispendentie met procedures in Luxemburg.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter wel bevoegd was en dat de vorderingen van NLMK en International onvoldoende grond boden om de vrijheid van meningsuiting en procesvrijheid van [geïntimeerde] te beperken. Er was geen misbruik van procesrecht aangetoond en de belangenafweging wees uit dat NLMK en International zich zelf adequaat konden verdedigen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde NLMK en International in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat weigert beperkingen op te leggen aan de uitingsvrijheid van [geïntimeerde] over het handelen van NLMK en International.