ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4783
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij echtscheidingsverzoek van Portugese echtgenoten met verblijfplaats in Nederland
In deze zaak stond ter beoordeling of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft over het door de vrouw ingediende echtscheidingsverzoek. Partijen, beiden met de Portugese nationaliteit, waren gehuwd in Portugal en woonden ten tijde van het verzoek in Nederland. De rechtbank Alkmaar verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk, kennelijk wegens gebrek aan rechtsmacht.
Het hof stelde vast dat de vrouw haar verzoekschrift tot echtscheiding op 1 februari 2011 bij de Nederlandse rechtbank had ingediend en dat beide partijen ten tijde van het verzoek in Nederland waren ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Op grond van artikel 3 lid 1 aanhef Pro onder a van Verordening (EG) nr. 2201/2003 (Brussel II bis) is de rechter van de lidstaat waar de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben bevoegd.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en verwees de zaak naar de rechtbank Alkmaar voor inhoudelijke behandeling van het echtscheidingsverzoek. Tevens verwierp het hof de verzoeken van de vrouw met betrekking tot voorlopige voorzieningen, omdat deze waren ingetrokken. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2012.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling van het echtscheidingsverzoek.