ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4808
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Gonggrijp-van Mourik
- N.F. van Manen
- H.A. Holthuis
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens toepassing Wet openbare manifestaties in betogingszaak
Op 6 december 2008 vond in Amsterdam een betoging plaats onder de naam "Schreeuw om Leven". De verdachte nam deel aan een tegenbetoging die door de gemeente werd gedoogd. Tijdens de betoging gaf de politie, gemandateerd door de burgemeester op grond van artikel 6 van Pro de Wet openbare manifestaties (WOM), aanwijzingen aan de verdachte om door te lopen. De verdachte gaf hieraan geen gevolg.
De tenlastelegging was aanvankelijk gebaseerd op artikel 2.2 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam, maar het hof oordeelde dat dit niet van toepassing was omdat de verdachte zelf deelnam aan een betoging en de WOM van toepassing is. Het hof stelde vast dat de bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen door de burgemeester was gemandateerd aan politieambtenaren, waardoor de aanwijzingen wettelijk waren.
Het hof overwoog dat het niet opvolgen van deze aanwijzingen strafbaar is gesteld in artikel 11 lid 1 onder Pro b WOM, dat een geprivilegieerde specialis is ten opzichte van artikel 184 Sr Pro. Hierdoor kon het handelen van de verdachte niet worden gekwalificeerd als overtreding van artikel 184 Sr Pro. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde voor zover dit niet bewezen was, en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging wegens het bewezen verklaarde niet strafbaar te achten.
Daarnaast verwierp het hof verweren over nietigheid van de dagvaarding en niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, en bevestigde dat het recht op betoging volgens de Grondwet en WOM centraal staat, met beperkingen die zorgvuldig moeten worden toegepast. Het arrest benadrukt het belang van correcte kwalificatie en mandatering bij het opleggen van bevelen tijdens betogingen.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het bewezen feit niet strafbaar is onder artikel 184 Sr maar onder artikel 11 WOM.