ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5310
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L. van der Beek
- R. Krijger
- M.A.J.S. de Vries Robbé - de Roy van Zuydewijn
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht bij echtscheiding en zorgregeling minderjarige
Partijen zijn gehuwd en hebben een minderjarig kind met meerdere nationaliteiten. De vrouw verzocht in Nederland echtscheiding uit te spreken en een zorgregeling voor het kind vast te stellen. De man betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en stelde Guatemalteeks recht toepasselijk.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is voor het echtscheidingsverzoek omdat de vrouw haar gewone verblijfplaats in Nederland had en dat Nederlands recht toepasselijk is. Het hof wijst het argument van de man dat de vrouw haar verblijfplaats manipuleerde af.
Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van het kind verklaart het hof de Nederlandse rechter onbevoegd op grond van artikel 16 van Pro het Haagse Kinderontvoeringsverdrag 1980, omdat het kind reeds teruggekeerd is naar Guatemala en de Guatemalteekse rechter beter in staat is het geschil te beoordelen.
Het hof bekrachtigt de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank Utrecht en vernietigt het deel dat de Nederlandse rechter bevoegd achtte voor de zorgregeling, waarbij het de Nederlandse rechter onbevoegd verklaart. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd voor het echtscheidingsverzoek en Nederlands recht is van toepassing, maar onbevoegd voor de verzoeken inzake hoofdverblijfplaats en zorgregeling van het minderjarige kind.