ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6137
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- B.A. van Brummelen
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van douanerechtenheffing wegens onjuiste oorsprongsverklaring knoflookimport
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat haar rechten van verdediging waren geschonden en dat de monsterneming en het laboratoriumonderzoek onvoldoende bewijs boden voor de oorsprong van de ingevoerde knoflook. Het hof oordeelde dat de inspecteur tijdig en voldoende informatie had verstrekt over de vermeende onjuiste oorsprongsverklaring en de daarop gebaseerde uitnodiging tot betaling (UTB).
De monsters waren representatief genomen, waarbij belanghebbende of diens gemachtigde voldoende was geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld om te reageren. Het laboratoriumonderzoek, uitgevoerd door een geaccrediteerd Amerikaans laboratorium met de ICP/MS-methode, werd als betrouwbaar beoordeeld. Tegenbewijs van belanghebbende, waaronder een verklaring van een Schots instituut, was onvoldoende om het bewijs te weerleggen.
De OLAF-rapporten werden als niet direct relevant voor de onderhavige zending beoordeeld en buiten beschouwing gelaten. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat de knoflook van oorsprong uit China komt en dat de extra douanerechten terecht zijn opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de UTB voor aanvullende douanerechten wordt bevestigd.