ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voortzetting huurovereenkomst oevergrond bij verkoop woonboot en vergoeding buitengerechtelijke kosten
Appellanten huren sinds 1986 een stuk oevergrond van geïntimeerde, dat de enige toegang tot hun woonboot vormt. De huurovereenkomst is niet schriftelijk vastgelegd en geïntimeerde heeft de overeenkomst opgezegd, wat appellanten betwisten. In eerste aanleg oordeelde de kantonrechter deels in het voordeel van appellanten, maar wees het indeplaatsstellingsbeding af.
In hoger beroep handhaaft het hof de toewijzing van de vorderingen dat de huurovereenkomst voortduurt tegen de huurprijs van 2001, maar wijst de vorderingen af die een ongeclausuleerde voortzetting bij overdracht van de woonboot eisen. Het hof benadrukt dat voortzetting afhankelijk is van de omstandigheden op het moment van verkoop, waaronder redelijkheid, huurprijs en gedrag van de nieuwe huurder.
Verder oordeelt het hof dat geïntimeerde verplicht is in redelijkheid overleg te treden over voortzetting van de huurovereenkomst. De vordering tot aanwijzing van een noodweg en recht van overpad wordt afgewezen wegens te algemene formulering en ontbreken van eigendom. Tot slot wijst het hof de vergoeding van buitengerechtelijke kosten toe, omdat appellanten aannemelijk hebben gemaakt dat deze kosten niet uitsluitend betrekking hadden op de procedure zelf.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot ongeclausuleerde voortzetting van de huurovereenkomst af, verplicht verhuurder tot redelijk overleg bij overdracht en kent vergoeding buitengerechtelijke kosten toe.