ECLI:NL:GHAMS:2012:BW7430
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid inleidende dagvaarding wegens onvoldoende specificatie samenscholing
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het deelnemen aan een samenscholing op of omstreeks 18 februari 2010 te Amsterdam, na afloop van een voetbalwedstrijd tussen Ajax en Juventus. De tenlastelegging beschreef het feit als het deel uitmaken van een groep van ongeveer 80 personen, supporters van Ajax, die de openbare orde zouden hebben verstoord.
Het hof oordeelde dat de dagvaarding niet voldeed aan de eisen van artikel 261 Sv Pro, omdat de opgave van het ten laste gelegde feit niet begrijpelijk en onvoldoende specifiek was. De feitelijke omschrijving beperkte zich tot het groepsgewijs bijeen zijn, zonder nadere kwalificaties die de strafbare samenscholing volgens de APV Amsterdam 2008 zouden onderbouwen.
De advocaat-generaal en officier van justitie stelden dat de samenscholing bewezen moest worden, maar gingen niet in op het verzoek om de tenlastelegging te verduidelijken of te wijzigen. Het hof concludeerde dat de dagvaarding onvoldoende grondslag bood voor een rechterlijk onderzoek en verklaarde deze nietig.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor een nieuwe beslissing met een geldige dagvaarding.
Uitkomst: De inleidende dagvaarding is nietig verklaard wegens onvoldoende specificatie van het ten laste gelegde feit.