ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8595
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- G.P.M. van den Dungen
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet beroepswielrenner wegens onjuiste verblijfplaatsinformatie
De beroepswielrenner [appellant] werd op 26 juli 2007 op staande voet ontslagen door zijn werkgever Rabo Wielerploegen B.V. vanwege het verstrekken van onjuiste informatie over zijn verblijfplaats in juni 2007, wat in strijd was met de anti-dopingregels en zijn arbeidsovereenkomst. [appellant] betwistte de rechtmatigheid van het ontslag en vorderde schadevergoeding wegens onregelmatig ontslag en kennelijk onredelijk ontslag.
In eerste aanleg oordeelde de kantonrechter dat het ontslag onregelmatig was omdat het niet onverwijld was gegeven en veroordeelde Rabo tot schadevergoeding. Rabo stelde zich op het standpunt dat het ontslag wel onverwijld was gegeven en dat er een dringende reden bestond. Het hof oordeelde dat het geschil niet door arbitrage, maar door de burgerlijke rechter moest worden beslecht en dat Nederlands recht van toepassing was.
Het hof stelde vast dat het tijdstip waarop Rabo bekend werd met de onjuiste informatie over de verblijfplaats van [appellant] essentieel is voor de vraag of het ontslag onverwijld is gegeven. Partijen verschilden van mening over dit tijdstip. Het hof besloot Rabo toe te laten bewijs te leveren over de onverwijldheid van het ontslag, met name dat zij pas op 25 juli 2007 van de onjuiste informatie op de hoogte was. Getuigenverhoren werden gepland en de verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof liet Rabo toe bewijs te leveren over de onverwijldheid van het ontslag en hield verdere beslissing aan.