ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8787
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- O.B. Onnes
- J.P.A. Boersma
- B.A. van Brummelen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen onroerendezaakbelasting na mutatiebeschikking WOZ
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of navorderingsaanslagen onroerendezaakbelasting terecht waren opgelegd over de jaren 1998, 1999 en 2000 voor een hotelobject. De heffingsambtenaar had de aanslagen gebaseerd op een mutatiebeschikking WOZ die de waarde van het hotel had vastgesteld op €38.528.663, na eerdere waardebeschikkingen die niet rechtsgeldig waren vanwege onjuiste adressering.
De rechtbank had geoordeeld dat artikel 18a AWR ook ziet op gevallen waarin een beschikking op grond van artikel 22 Wet Pro WOZ is vervangen door een beschikking op grond van artikel 25 Wet Pro WOZ, en dat de navorderingsaanslagen binnen de wettelijke termijnen waren opgelegd. Tevens werd overwogen dat eventuele fouten bij eerdere waardebeschikkingen niet aan de heffingsambtenaar konden worden toegerekend en dat geen sprake was van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Het Gerechtshof bevestigde deze oordelen en verwierp de bezwaren van belanghebbende dat navordering niet was toegestaan, dat de heffingsambtenaar niet tweemaal aanslagen mocht opleggen op basis van dezelfde feiten, en dat er sprake zou zijn van onbehoorlijk handelen. De mutatiebeschikking was onherroepelijk geworden en vormde een geldige grondslag voor de navorderingsaanslagen. Het hof wees ook een veroordeling in kosten af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd en wijst het hoger beroep af.