ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8972
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. van den Bergh
- M. Wigleven
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Kostenverdeling DNA-onderzoek ouderschap en aanvulling geboorteakte
De bijzonder curator verzocht het hof om te bepalen dat de kosten van een DNA-onderzoek ter vaststelling van het ouderschap van het kind volledig ten laste van ’s Rijks kas komen. Dit onderzoek was voorafgaand aan een beschikking van de rechtbank gelast om het vaderschap en moederschap vast te stellen.
De rechtbank had de vader en moeder elk voor de helft veroordeeld in de kosten van het deskundigenonderzoek, terwijl de bijzonder curator betoogde dat het onderzoek feitelijk overbodig was omdat er geen gerede twijfel bestond over het biologische ouderschap. De ambtenaar van de burgerlijke stand had aanvankelijk gesteld dat de geboorteakte alleen mocht worden aangevuld als het DNA-onderzoek het moederschap bevestigde.
Het hof oordeelde dat het vaderschap op grond van de beschikking vaststond en dat de vader en moeder in het gelijk waren gesteld. Daarom was het niet redelijk om hen in de kosten te veroordelen. Het hof bepaalde dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de kosten moet dragen, omdat hij het onderzoek noodzakelijk achtte en het DNA-onderzoek het ouderschap bevestigde. De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover deze de ouders in de kosten veroordeelde, maar voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek en de veroordeling van de ouders in deze kosten wordt vernietigd.