ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0436
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- G.P.M. van den Dungen
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot loondoorbetaling na onrechtmatig ontslag op staande voet wegens ziekte
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het ontslag op staande voet van [B] door [A] rechtsgeldig was, nu [B] tijdens de opzegging arbeidsongeschikt was. Het hof stelde vast dat [B] op het moment van ontslag op 17 maart 2003 arbeidsongeschikt was, zoals onderbouwd door een deskundigenrapport en nadere toelichting van de deskundige dr. J.W.M. Gardeniers.
Het hof verwierp de bezwaren van [A] tegen de vaststelling van arbeidsongeschiktheid, waaronder de stelling dat de ziekmelding een dreigement was en dat er geen bewijs was van arbeidsongeschiktheid. De deskundige bevestigde dat de klachten van [B] reëel waren en voortkwamen uit radiologisch vastgestelde slijtage.
Gelet op de arbeidsongeschiktheid was het ontslag op staande voet vernietigbaar en moest [A] het loon doorbetalen over de periode vanaf 16 januari 2003 tot 13 maart 2003. Het hof matigde de loondoorbetaling echter deels, omdat [B] geen arbeidsprestaties leverde en [A] een kleine onderneming runt. Tevens werd een matiging van de wettelijke verhoging toegepast.
Verder oordeelde het hof dat het beroep van [A] op verrekening wegens teveel opgenomen vakantiedagen niet slaagde. Ten slotte veroordeelde het hof [A] tot betaling van een bedrag dat [B] eerder aan [A] had voldaan, vermeerderd met wettelijke rente, en legde het de proceskosten van het hoger beroep op aan de verliezende partij.
Uitkomst: Het hof veroordeelde werkgever tot gedeeltelijke loondoorbetaling wegens vernietigbaar ontslag op staande voet en matigde de vordering.