ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0856
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling kosten kinderen en ingangsdatum bijdrage verzorging en opvoeding bij co-ouderschap
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee kinderen die afwisselend bij elk van hen verblijven, wat een co-ouderschapsregeling inhoudt. De vrouw vordert dat de man bijdraagt in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, waarbij het eigen aandeel van partijen in de kosten is vastgesteld op €1.148,40 per maand, oftewel €574,20 per kind.
De man betwist dat de vrouw geen draagkracht heeft en stelt dat zij uit het ontvangen bedrag uit de boedelscheiding en haar verdiencapaciteit deels in de kosten kan voorzien. Het hof stelt echter vast dat de vrouw geen voldoende inkomen heeft en dat er geen inzicht is gegeven in de financiële draagkracht van partijen, waardoor geen draagkrachtvergelijking kan worden gemaakt.
Het hof oordeelt dat de man ook moet bijdragen in de kosten van de kinderen gedurende de tijd dat zij bij de vrouw verblijven, en bepaalt de bijdrage op €287,10 per kind per maand. De ingangsdatum van deze bijdrage wordt vastgesteld op 11 januari 2011, omdat de man pas vanaf die datum rekening hoefde te houden met de verplichting tot betaling. De eerdere betalingen van de man worden niet teruggevorderd, mede gelet op het ontvangen bedrag uit de boedelscheiding door de vrouw.
De bestreden beschikking wordt vernietigd en het hof beslist opnieuw, waarbij het verzoek van de man om een lagere bijdrage en een latere ingangsdatum wordt afgewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 11 januari 2011 €287,10 per kind per maand betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.