ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1588
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. van den Bergh
- R.G. Kemmers
- J. Kok
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve ontslag bewindvoerder wegens schending gedragsnormen en onbevoegd handelen
De appellant was benoemd tot bewindvoerder over de goederen van meerdere cliënten, waaronder mevrouw J. In 2011 heeft hij zonder voorafgaande machtiging van de kantonrechter een bedrag van € 242.000,- van de spaarrekening van mevrouw J opgenomen om dit kortdurend uit te lenen aan twee andere cliënten. Dit gebeurde zonder schriftelijke toestemming, slechts op basis van een mondelinge opvatting van toestemming van een dochter van mevrouw J.
De advocaat van een van de dochters maakte bezwaar, waarna de appellant het geld snel terugstortte en zijn excuses aanbood. Desondanks werd hij ambtshalve ontslagen als bewindvoerder over alle zaken waarin hij was benoemd. Het hof oordeelde dat deze handelswijze een ernstige schending van de wettelijke voorschriften en de landelijk geldende aanbevelingen voor bewindvoerders inhoudt.
De kern van het oordeel is dat het uitlenen van het vermogen op eigen naam een ontoelaatbaar risico vormde, bijvoorbeeld bij overlijden van de bewindvoerder. Het ontbreken van rechterlijke machtiging en het onvoldoende besef van de eisen aan integer bewindvoerderschap zijn zwaarwegende fouten die het ontslag rechtvaardigen. Het hof bekrachtigde daarom het ontslagbesluit van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ambtshalve ontslag van de bewindvoerder wegens schending van wettelijke voorschriften en gedragsnormen.