ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4486
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- A.R. Sturhoofd
- B.F.P. Lhoëst
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eerste kinderbijdrage voor jongste kind na echtscheiding
Partijen zijn in 1986 gehuwd en in 2003 gescheiden. Uit het huwelijk zijn vier kinderen geboren, waarvan het jongste kind nog geen bijdrage had ontvangen. De vrouw verzocht om vaststelling van een bijdrage voor het jongste kind, welke door de rechtbank was afgewezen. Het hof oordeelt dat het verzoek neerkomt op een eerste vaststelling van kinderbijdrage, waardoor een wijziging van omstandigheden niet aan de orde is.
De man voerde aan dat de echtscheidingsbeschikking een nihil-bijdrage voor het jongste kind bevatte, maar het hof verwierp dit omdat geen bijdrage was overeengekomen. Tevens stelde het hof dat de draagkracht van de man niet ter discussie staat en dat de gewijzigde omstandigheden (zoals meerderjarigheid van andere kinderen en verhuizing van de man) desondanks een wijziging zouden vormen.
Het hof berekende de behoefte van het jongste kind op basis van het netto gezinsinkomen in 2002 en indexeerde dit naar 2010, wat resulteerde in een bijdrage van €237 per maand. De ingangsdatum werd vastgesteld op 14 oktober 2010, de datum van het verzoek. De eerdere beschikking werd vernietigd en de bijdrage werd vastgesteld.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderbijdrage voor het jongste kind vast op €237 per maand met ingang van 14 oktober 2010.