ECLI:NL:GHAMS:2012:BX4869
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- G.C.C. Lewin
- M.J. Schaepman-de Bruijne
- Rechtspraak.nl
Vereniging van eigenaren mag aanleg dakterras zonder toestemming weigeren
Deze zaak betreft een geschil tussen een appartementseigenaar en de Vereniging van Eigenaren (VVE) Brinkzicht over de aanleg van een dakterras op het gemeenschappelijke dak van het appartementencomplex. De appellant had zonder toestemming van de VVE een houten dakterras aangelegd, waarvoor zij later wel een gemeentelijke bouwvergunning verkreeg.
De rechtbank had de vordering van de VVE tot verwijdering van het dakterras toegewezen omdat het dak volgens het splitsingsreglement gemeenschappelijk eigendom is en de VVE geen toestemming had gegeven voor de bebouwing. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst de grieven van appellant af.
Het hof oordeelt dat het dak onmiskenbaar gemeenschappelijk is, ongeacht het feit dat het dak alleen via de slaapkamer van appellant bereikbaar is of dat er elders op het dak kleinere terrassen of platte tegels liggen. Het bestuursadvies en de brief van het bestuur uit 2007 scheppen geen recht op gedogen of legalisatie van het terras, omdat alleen de vergadering van de VVE hierover kan beslissen.
Ook het argument dat het dakterras niet in strijd is met het bestemmingsplan van de gemeente kan niet doorwegen tegen het splitsingsreglement. Het hof benadrukt dat het bestuursrechtelijke toestaan van een dakterras niet betekent dat het splitsingsreglement moet worden aangepast. De VVE handelde niet willekeurig door alleen tegen het houten terras van appellant op te treden, omdat andere terrassen slechts uit tegels bestonden die functioneel zijn voor onderhoud.
Het hoger beroep wordt verworpen en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het dakterras moet worden verwijderd.