ECLI:NL:GHAMS:2012:BX5385
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep alimentatiebijdrage en draagkrachtberekening na relatiebreuk
Partijen hadden een relatie waaruit twee kinderen zijn geboren. Na de relatiebreuk is de man door de vrouw aangesproken op het betalen van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De rechtbank had een bijdrage vastgesteld met ingang van 14 juli 2010, maar de man ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof constateerde dat de man onvoldoende financiële gegevens had verstrekt over zijn inkomen en vermogen, vooral over de periode tot en met 2011, waardoor zijn draagkracht niet exact kon worden vastgesteld. Het uitgavenpatroon van de man rechtvaardigde het vermoeden dat hij over meer inkomsten beschikte dan hij had opgegeven. De man kon dit vermoeden niet overtuigend weerleggen.
Op basis hiervan stelde het hof het inkomen van de man vast op €6.100 bruto per maand, zoals door de vrouw gesteld. Tevens wijzigde het hof de ingangsdatum van de alimentatiebijdrage naar 8 september 2009, de datum waarop de vrouw de man schriftelijk had verzocht bij te dragen. De bijdrage werd vastgesteld op verschillende bedragen per kind per maand, oplopend in de tijd.
Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging werd afgewezen en de proceskosten werden niet toegewezen, gelet op de ex-partnerrelatie van partijen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de nieuwe bijdrage vastgesteld.
Uitkomst: De man wordt gehouden tot betaling van een alimentatiebijdrage van €388,75 per kind per maand vanaf 8 september 2009, oplopend in latere perioden, gebaseerd op een vastgesteld bruto inkomen van €6.100 per maand.