ECLI:NL:GHAMS:2012:BX6563
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht curator bij borgtochtovereenkomst en oneigenlijke dwaling
In deze civiele zaak staat de zorgplicht van de curator centraal bij een borgtochtovereenkomst tussen een particuliere borg en de curator van diverse faillissementen. Het hof bevestigt dat de curator alleen een beroep kan doen op gerechtvaardigd vertrouwen op grond van artikel 3:35 BW Pro indien de borg voldoende is voorgelicht over de risico’s verbonden aan de borgstelling of zich daarvan bewust was.
De borg heeft met succes tegenbewijs geleverd dat zij niet is voorgelicht door de curator over deze risico’s en zich ook niet bewust was van de omvang van haar verplichtingen. Getuigenverklaringen bevestigen dat er geen adequate voorlichting heeft plaatsgevonden. Ook het argument van de curator dat de borg het contact heeft afgehouden, leidt niet tot het vervallen van de zorgplicht van de curator.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de curator ten gunste strekt jegens de borg en wijst de vorderingen af. Tevens wordt de curator veroordeeld tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen aan de borg, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep van de borg wordt gegrond verklaard, terwijl het hoger beroep tegen eerdere vonnissen voor zover tussen curator en andere partij is gewezen, wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De vorderingen van de curator jegens de borg worden afgewezen wegens onvoldoende voorlichting over de risico’s van de borgtocht.