ECLI:NL:GHAMS:2012:BX7072
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geldigheid en gevolgen uitzettingsbesluit in maatschapsovereenkomst BDO
In deze civiele zaak staat de geldigheid van het uitzettingsbesluit van [appellant sub 1] uit de maatschap BDO centraal. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank Utrecht dat het besluit rechtsgeldig is genomen, ondanks formele bezwaren van [appellanten] over oproeping en hoor en wederhoor.
De feiten betreffen onregelmatigheden in de urenverantwoording en facturering van [appellant sub 1] over 2003, waaronder het schrijven van uren op zogenoemde 'fake'-klanten en het stelselmatig over- en afboeken van uren, wat een onjuist beeld van zijn productieniveau gaf. Daarnaast speelde het gebrek aan openheid over zijn arbeidsongeschiktheid en betrokkenheid bij de maatschap een rol.
Het hof oordeelt dat, hoewel de procedure rondom het besluit gehaast en geconstrueerd leek, [appellanten] voldoende gelegenheid hadden zich te verweren, maar daarvan geen gebruik maakten. De inhoudelijke bezwaren tegen het uitzettingsbesluit worden afgewezen, omdat de feiten voldoende ernstig zijn om voortzetting van het lidmaatschap redelijkerwijs niet te kunnen verlangen.
Ten slotte wijst het hof het incidenteel hoger beroep van BDO af en oordeelt dat het uitzettingsbesluit niet met terugwerkende kracht vóór de datum van het besluit kan ingaan. Het vonnis van de rechtbank Utrecht wordt bekrachtigd en de proceskosten worden verdeeld tussen partijen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het uitzettingsbesluit rechtsgeldig, waarbij de maatschapsovereenkomst per 18 maart 2004 eindigde.