ECLI:NL:GHAMS:2012:BX9816
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- M.P. van Achterberg
- E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verjaring vernietigingsbevoegdheid effectenleaseovereenkomsten tussen echtgenoten
In deze zaak staat centraal of de bevoegdheid van appellant tot vernietiging van drie effectenleaseovereenkomsten, aangegaan door haar echtgenoot zonder haar schriftelijke toestemming, is verjaard. De leaseovereenkomsten betroffen leningen voor de aankoop van aandelen, waarbij appellant haar toestemming op grond van artikel 1:88 BW Pro had moeten geven.
Appellant stelde dat zij pas in 2006 bekend werd met de leaseovereenkomsten en deze toen buitengerechtelijk vernietigde. Dexia betoogde dat appellant al meer dan drie jaar eerder bekend was, onder meer omdat betalingen vanaf een gezamenlijke bankrekening plaatsvonden en bankafschriften aan appellant waren gericht. Het hof overwoog dat de verjaringstermijn van drie jaar ingaat vanaf het moment dat de echtgenoot daadwerkelijk met het bestaan van de overeenkomst bekend is.
Het hof achtte Dexia voorshands geslaagd in het bewijs dat appellant meer dan drie jaar voor de vernietiging bekend was met de leaseovereenkomsten, maar gaf appellant de mogelijkheid tot het leveren van tegenbewijs. De verdere beslissing, waaronder over de voorwaardelijke grief van Dexia, werd aangehouden. Een getuigenverhoor werd gepland om het bewijs nader te onderzoeken.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en staat appellant toe tegenbewijs te leveren over haar kennis van de leaseovereenkomsten.