ECLI:NL:GHAMS:2012:BY1490
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenoot en verjaring
In deze zaak gaat het om een effectenleaseovereenkomst gesloten door de echtgenote van appellant zonder diens schriftelijke toestemming, terwijl die toestemming volgens artikel 1:88 BW Pro vereist was. Appellant heeft de overeenkomst vernietigd op grond van artikel 1:89 BW Pro en vordert terugbetaling van betaalde bedragen.
De kantonrechter had de vernietiging afgewezen wegens verjaring, omdat appellant meer dan drie jaar na kennisneming van de overeenkomst pas vernietiging had ingeroepen. Het hof stelt echter dat appellant voldoende heeft betwist dat hij al meer dan drie jaar vóór de vernietiging op de hoogte was van de overeenkomst, mede omdat betalingen niet vanaf een en/of-rekening zijn gedaan en appellant gescheiden woonde van zijn echtgenote.
Het hof oordeelt dat Dexia bewijs mag leveren dat appellant tijdig bekend was met de overeenkomst, onder meer door getuigenverhoor. Tot die bewijslevering wordt de beslissing aangehouden. Hiermee wordt de verjaring van het vernietigingsrecht niet bevestigd, maar staat het appellant vrij om het recht uit te oefenen indien Dexia het tegendeel niet kan bewijzen.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe over de kennis van appellant van de leaseovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.