ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2298
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- G.D. van Norden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeling tilbanden patiëntenliften onder tariefpost 6307 90 10 GN
Belanghebbende had een bindende tariefinlichting (BTI) aangevraagd voor tilbanden van textiel voor patiëntenliften, waarbij zij deze wilde indelen onder post 8431 39 70 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De inspecteur had de tilbanden ingedeeld onder post 6307 90 10, wat belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hoger beroep bevestigt deze uitspraak.
Het hof overwoog dat de tilbanden fysiek kenmerken vertonen van geconfectioneerde artikelen van textiel en niet onmisbaar zijn voor de werking van de patiëntenlift. De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie werd geraadpleegd, waarbij het begrip "delen" inhoudt dat het onderdeel onmisbaar moet zijn voor de werking van het geheel. De tilbanden zijn niet onmisbaar voor de werking van de lift en kunnen niet worden aangemerkt als deel of toebehoren.
Daarnaast is de bestemming van de tilbanden uitsluitend voor patiëntenliften niet relevant voor de classificatie. Ook het feit dat een keurmerk alleen wordt verkregen voor de combinatie van tilband en lift is niet relevant voor de tariefindeling. De tilbanden zijn daarom terecht ingedeeld onder post 6307 90 10 als andere geconfectioneerde artikelen van brei- of haakwerk. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de tilbanden zijn terecht ingedeeld onder tariefpost 6307 90 10 van de Gecombineerde Nomenclatuur.