ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3779
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- J.A. van Keulen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging partneralimentatie wegens samenwonen als gehuwd volgens artikel 1:160 BW
In deze zaak staat centraal of de vrouw is gaan samenwonen met [X] als waren zij gehuwd, waardoor haar recht op partneralimentatie eindigt op grond van artikel 1:160 BW Pro. Het hof verwijst naar een eerdere tussenbeschikking en heeft nadere stukken en getuigenverklaringen ontvangen om de samenwoning te beoordelen.
Uit de verklaringen van [X], zijn moeder ([getuige 3]) en andere getuigen blijkt dat er sprake is van een affectieve relatie sinds het laatste kwartaal van 2009. Observaties en verklaringen tonen aan dat de vrouw veelvuldig in de woning van [X] verblijft, haar auto daar parkeert, en dat er persoonlijke spullen van haar aanwezig zijn. De omgang met de kinderen vindt ook grotendeels in die woning plaats. De vrouw huurt weliswaar een kamer bij [getuige 3], maar dit is onvoldoende aannemelijk gemaakt als haar hoofdverblijf.
Het hof concludeert dat de vrouw niet is geslaagd in het leveren van tegenbewijs tegen de stelling van de man dat zij samenwoont met [X] als waren zij gehuwd. Hierdoor eindigt de alimentatieplicht van de man. De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover deze partneralimentatie bepaalt en het verzoek van de vrouw wordt afgewezen. Proceskosten worden niet aan de vrouw opgelegd.
Uitkomst: De partneralimentatieplicht van de man eindigt omdat de vrouw samenwoont met [X] als waren zij gehuwd.