ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6980
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H. de Bock
- G.J. Visser
- D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissement Nederlandse brievenbusmaatschappijen Jemnice BV en En Sof BV
Jemnice BV en En Sof BV, Nederlandse brievenbusmaatschappijen die aandelen houden in de Franse vastgoedvennootschap CPI, zijn failliet verklaard nadat zij hun financiële verplichtingen aan de Engelse vennootschap ERED niet voldeden. ERED had het faillissement aangevraagd en het hof bevestigde het eerder uitgesproken faillissement door de rechtbank Amsterdam.
Het geschil betrof onder meer de vraag of het centrum van de voornaamste belangen (COMI) van de vennootschappen in Nederland of Frankrijk lag. Het hof oordeelde dat het vermoeden dat de COMI samenvalt met de statutaire zetel in Nederland niet was weerlegd. De activiteiten, belastingaangiften, en bestuursvergaderingen vonden plaats in Nederland, ondanks dat de bestuurder in Frankrijk woonde en onderhandelingen deels daar en in Engeland plaatsvonden.
Verder stelde het hof vast dat de vennootschappen in staat van faillissement verkeerden omdat zij niet aan hun betalingsverplichtingen voldeden en geen liquide middelen hadden. Het verzoek tot faillietverklaring werd daarom terecht toegewezen en het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank.
De vennootschappen hadden ook aangevoerd dat ERED misbruik van recht maakte met het faillissementsverzoek, maar dit werd door het hof verworpen. Tevens werd bevestigd dat de Nederlandse rechter bevoegd was op grond van de Europese Insolventieverordening en dat de Nederlandse faillissementsuitspraak in alle lidstaten erkend wordt.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het faillissement van Jemnice BV en En Sof BV en bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.