ECLI:NL:GHAMS:2012:BY7686
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.J. Noordhuizen
- C.C. Meijer
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Bestemming dienstwoning als bijzondere last bij koop woning en gevolgen voor ontbinding
In deze civiele zaak stond centraal of de bestemming van een woning als dienstwoning een bijzondere last vormt in de zin van artikel 7:15 lid 1 BW Pro en of de verkoper daardoor tekort is geschoten. De woning, verbonden aan een bedrijfspand, werd verkocht en later bleek dat de gemeente de bewoning door de koper in strijd met het bestemmingsplan achtte omdat de koper niet meer werkzaam was bij het bedrijf.
De rechtbank had de vorderingen van de koper grotendeels toegewezen en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de bestemming dienstwoning inderdaad een bijzondere last is die in de risicosfeer van de verkoper ligt. De verkoper kan zich niet beroepen op het feit dat de koper deze last had kunnen kennen of dat de koopovereenkomst dit terzijde stelde.
Verder oordeelde het hof dat de koper de juridische beperking niet uitdrukkelijk had aanvaard en dat de tekortkoming ernstig genoeg was om ontbinding te rechtvaardigen. De grieven van de verkoper werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. De verkoper werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de verkoper tekort is geschoten door de woning met de bestemming dienstwoning te leveren, waardoor ontbinding gerechtvaardigd is.