ECLI:NL:GHAMS:2012:BY9310
Gerechtshof Amsterdam
- Verwijzing na Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot horen van AIVD-medewerkers als getuigen na Hoge Raad verwijzing
In deze zaak beoordeelt het Gerechtshof Amsterdam het verzoek van de verdediging om twee medewerkers van de AIVD als getuigen te horen, nadat de Hoge Raad de zaak had verwezen. De verdediging stelt dat deze getuigen contact hadden met familieleden van de verdachte, wat mogelijk invloed had op verklaringen en bewijs, waaronder het cruciale 'apothekersgesprek'.
De advocaat-generaal betoogt dat het verzoek niet noodzakelijk is omdat het apothekersgesprek ter terechtzitting kan worden beluisterd en dat er geen aanwijzingen zijn dat de AIVD zich met de opsporing heeft bemoeid. Het hof benadrukt dat het belang van staatsveiligheid prevaleert, maar erkent het verdedigingsbelang en stelt dat de Wet afgeschermde getuigen (WAG) een passende regeling biedt om beide belangen te waarborgen.
Het hof wijst het primaire verzoek om de getuigen ter zitting te horen af vanwege het grote gewicht van staatsveiligheid, maar wijst het subsidiaire verzoek toe om hen als afgeschermde getuigen te horen onder toezicht van de rechter-commissaris. Deze rechter-commissaris krijgt de taak om de modaliteiten van het verhoor te bepalen en de belangen van staatsveiligheid en verdediging af te wegen. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rechter-commissaris in Rotterdam.
Uitkomst: Het hof wijst het primaire verzoek om AIVD-medewerkers ter zitting te horen af, maar staat het verhoor als afgeschermde getuigen onder toezicht van de rechter-commissaris toe.