ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ3796
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.C. Meijer
- W.J. Noordhuizen
- A.L.M. Keirse
- Rechtspraak.nl
Geen toelating tot schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden
Appellant heeft bij het gerechtshof hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem waarin zijn verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. Hij voerde aan dat zijn schulden grotendeels veroorzaakt zijn door persoonlijke omstandigheden, waaronder het vertrek van zijn vrouw en de zorg voor zijn kinderen. Tevens stelde hij dat hij bezig was zijn leven weer op orde te krijgen door onder meer budgetbeheer en het aanpassen van zijn woonsituatie.
Het hof oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. De CJIB-schulden, voortkomend uit verkeersovertredingen, zijn niet te goeder trouw ontstaan en de schuld uit onterecht ontvangen kinderopvangtoeslag is niet terugbetaald noch gereserveerd. De veranderingen in zijn leef- en zorgsituatie zijn volgens het hof van te korte duur en onvoldoende bestendig.
Daarom wordt het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en blijft de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in stand. Het hof wijst erop dat appellant in de toekomst opnieuw een verzoek kan indienen indien hij kan aantonen dat zijn situatie stabiel is geworden.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden.