ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ3891
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging juridische hoofdverblijfplaats minderjarige in het belang van het kind
Partijen zijn in 2005 gehuwd en hebben een kind uit hun huwelijk, geboren in 2008. Na ontbinding van het huwelijk is in het ouderschapsplan afgesproken dat de juridische hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader zou zijn, terwijl het kind feitelijk hoofdzakelijk bij de moeder verblijft.
De moeder verzoekt het hof om de juridische hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen vanwege praktische problemen die zij ondervindt bij het uitvoeren van de regie over het leven van het kind, zoals moeilijkheden bij afspraken met het consultatiebureau en paspoortaanvragen. De vader betwist dit en wijst op de financiële redenen voor de oorspronkelijke afspraak en het uitgangspunt van co-ouderschap.
Het hof oordeelt dat de praktische problemen van dien aard zijn dat de moeder wordt belemmerd in haar regievoering en dat het in het belang van het kind is dat de juridische hoofdverblijfplaats wordt aangepast aan de feitelijke situatie. Het hof vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de moeder zal zijn.
Uitkomst: De juridische hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind wordt bij de moeder vastgesteld.