ECLI:NL:GHAMS:2012:CA1479
Gerechtshof Amsterdam
- Kort geding
- R.G. Kemmers
- G.J. Driessen Poortvliet
- M. Meerman Padt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats kinderen bij moeder en toestemming verhuizing naar buitenland
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na ontbinding van het huwelijk verbleven de kinderen bij de moeder, die de intentie had om met hen terug te keren naar het buitenland. De rechtbank bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder zou zijn en verleende haar vervangende toestemming om met hen te verhuizen. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
De vrouw stelde dat de man niet ontvankelijk was vanwege een akte van berusting, maar het hof verwierp dit omdat de man expliciet aangaf niet te berusten in de beslissing over de hoofdverblijfplaats en verhuizing. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd dat het in het belang van de kinderen was dat zij bij de moeder zouden verblijven, ook bij terugkeer naar het buitenland.
Het hof oordeelde dat de rechtbank een juiste belangenafweging had gemaakt, waarbij het belang van de kinderen het meest gediend was met verblijf bij de moeder. De negatieve gevolgen voor de moeder bij weigering van verhuizing zouden ook de kinderen schaden. Het hof zag geen aanleiding tot nader onderzoek of het horen van het kind en wees het hoger beroep van de vader af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en verleent haar toestemming om met hen naar het buitenland te verhuizen.