ECLI:NL:GHAMS:2012:CA2992
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- W.J. van den Bergh
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Verdeling financiële verplichtingen tussen ex-samenwoners na beëindiging relatie
Partijen hebben van mei 2002 tot december 2009 samengewoond zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap. Zij deelden hun inkomens voor de gemeenschappelijke huishouding, waarbij de vrouw de financiën beheerde. Na beëindiging van de relatie ontstonden diverse financiële geschillen over onder meer schulden, inkomstenbelasting, gokwinsten en kosten van huishouding.
De vrouw vorderde onder andere betaling van de helft van een schuld bij Wehkamp, incassokosten, een deel van de inkomstenbelasting, vergoeding van gokwinst en kosten voor advocaatkosten. Het hof wees de meeste vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing of omdat de kosten niet als gemeenschappelijk konden worden aangemerkt. Wel werd een rekenfout hersteld waardoor de man een bedrag van €899,- aan de vrouw moet betalen voor de helft van de inkomstenbelasting over 2009.
Verder werd geoordeeld dat de gokwinst na het uiteengaan niet tot de gemeenschappelijke huishouding behoorde en dat de vrouw onvoldoende bewijs leverde voor gemeenschappelijk eigendom van een auto. De man werd veroordeeld tot betaling van €336,37 aan de vrouw, bestaande uit correcties en eerdere vergoedingen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van €336,37 aan de vrouw, met compensatie van proceskosten.