Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met één productie;
- memorie van antwoord.
heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad - beslissing over de proceskosten.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak verhuurde de geïntimeerde een kamer aan de appellant, waarbij na afloop van de huurperiode de overeenkomst stilzwijgend werd verlengd. In februari 2012 vond een brand plaats in de woning, waarbij een deel van de bovenverdieping ernstig beschadigd raakte. Verschillende medebewoners verklaarden dat de appellant verantwoordelijk was voor de brand en dat hij herhaaldelijk gaspitten had laten branden of open had gedraaid, wat gevaar voor de bewoners opleverde.
Daarnaast waren er meerdere aangiftes van bedreiging door de appellant jegens medebewoners. De verhuurder wijzigde daarop het slot van de woning en plaatste een hangslot op de deur van de kamer van de appellant, die dit slot verwijderde om toegang te verkrijgen.
De verhuurder vorderde in kort geding ontruiming van de kamer. De kantonrechter wees deze vordering toe, wat de appellant in hoger beroep aanvocht. Het hof oordeelde dat het ingrijpende karakter van ontruiming terughoudendheid vereist, maar dat gezien de ernst van de feiten en het gevaar voor bewoners het spoedeisend belang aanwezig was.
Het hof achtte voorshands aannemelijk dat de appellant de brand en het gevaarlijk gedrag had veroorzaakt, mede op basis van schriftelijke verklaringen van medebewoners die niet voldoende waren weersproken. Het bewijsaanbod van appellant werd niet toegelaten wegens onvoldoende specificatie. De belangen van de overige bewoners wogen zwaarder dan die van appellant. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot ontruiming van de woonruimte toe wegens brandstichting en bedreiging door de huurder.