Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door mr. W.L. Sieval, advocaat te Heerhugowaard.
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen hadden een relatie die in april 2011 eindigde, waaruit twee kinderen zijn geboren. De kinderen verblijven bij de vrouw. De man is directeur en enig aandeelhouder van een onderneming en had een bruto inkomen van circa €75.938 in 2010. De vrouw werkt sinds oktober 2011 als postbezorger met een laag inkomen en ontvangt een Ziektewetuitkering.
De man ging in hoger beroep tegen een beschikking die hem verplichtte €307 per kind per maand te betalen. Hij stelde dat zijn draagkracht lager was en dat de vrouw draagkracht had. Het hof oordeelde dat voor de behoeftebepaling het inkomen van de man ten tijde van de relatie bepalend is, dus het hogere inkomen van 2010, en dat de vrouw geen draagkracht heeft vanwege haar lage inkomen en ziekte.
Het hof hield rekening met het slechtere economische klimaat en het lagere inkomen van de man in 2012 bij het bepalen van zijn draagkracht. Daarbij werd de draagkracht als alleenstaande gehanteerd en 70% daarvan beschikbaar geacht voor kinderalimentatie. De man moet een bijdrage van €281 per kind per maand betalen vanaf 4 oktober 2011. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De man moet vanaf 4 oktober 2011 een bijdrage van €281 per kind per maand betalen in de kosten van verzorging en opvoeding.