Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, die een relatie hadden waaruit een minderjarige is geboren, zijn het oneens over de hoogte van de kinderalimentatie. De man heeft een eenmanszaak met negatieve resultaten, maar bezit aanzienlijke vermogensbestanddelen. De vrouw ontvangt een WW-uitkering en zorgt alleen voor het kind.
De rechtbank had een bijdrage van €355 vastgesteld, waartegen de vrouw in hoger beroep ging. Het hof oordeelt dat het verzoek van de vrouw een eerste vaststelling van kinderalimentatie betreft en verklaart haar ontvankelijk. Het hof herberekent de behoefte van het kind op basis van het gemiddelde inkomen van beide ouders in 2011.
De man heeft een netto maandinkomen van circa €5000, wat leidt tot een behoefte van €780 voor het kind. De vrouw heeft een netto inkomen van ongeveer €1040, wat een behoefte van €140 oplevert. Het gemiddelde hiervan is €460. De vrouw wordt geacht niet bij te dragen in de kosten, de man wel voor 70% van zijn draagkracht.
Het hof bepaalt daarom dat de man vanaf 12 juli 2011 maandelijks €460 moet betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind. De terugwerkende kracht wordt gehandhaafd vanaf de datum van het verzoekschrift. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof doet opnieuw recht.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast op €460 per maand met ingang van 12 juli 2011.