Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
200.125.102/01van:
200.126.262/01van:
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de ouders tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind. De kinderrechter had eerder besloten de machtiging te verlengen wegens zorgen over de opvoedsituatie en veiligheid van het kind.
De ouders stelden dat de rechtbank onzorgvuldig had gehandeld en dat de informatie van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) onjuist en chaotisch was. Zij betwistten de nieuwe feiten en voerden aan dat de belangen van de andere kinderen onvoldoende waren meegewogen.
Het hof oordeelde dat sinds de laatste beschikking nieuwe feiten en omstandigheden waren voorgevallen, waaronder incidenten met politie-inzet en agressief gedrag van het kind. De thuissituatie was instabiel met huiselijk geweld en psychische problematiek bij de ouders. Het hof vond dat de ouders niet in staat waren een veilige en stabiele omgeving te bieden.
Gezien deze omstandigheden en het lopende onderzoek naar het perspectief van alle kinderen, concludeerde het hof dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig waren. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd en het hoger beroep van de ouders afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van het minderjarige kind wegens een onveilige en instabiele thuissituatie.