Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[X],
1.Het geding in hoger beroep
2.Beoordeling
f. 1.016.828,- per 20 december 1999 heeft afgelost en dat van voornoemde schuld een bedrag van f. 300.000,- resteert.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de vraag centraal of TFW en [X] onrechtmatig jegens de Ontvanger hebben gehandeld door zodanige handelingen te verrichten en voorzorgsmaatregelen na te laten dat de vennootschap Marisan geen verhaal bood voor een voorzienbare belastingschuld over 1999.
De feiten betreffen complexe transacties rondom aandelenoverdrachten van Marisan, het vormen van een vervangingsreserve en het leeghalen van de vennootschap na overname door Dutch Green Power B.V. (DGP). De Ontvanger vordert hoofdelijke veroordeling van TFW en [X] tot betaling van de onverhaalde vennootschapsbelasting inclusief rente en kosten.
De rechtbank wees de vordering toe en oordeelde dat TFW en [X] onrechtmatig handelden en aansprakelijk zijn voor de schade. Het hof bevestigt dit oordeel, wijst het verjaringsverweer af en stelt vast dat de definitieve aanslag niet bekend is gemaakt aan Marisan, maar dat dit geen beletsel vormt voor aansprakelijkheid omdat Marisan was ontbonden zonder baten.
Het hof verwijst de zaak naar de rol voor nadere bewijslevering over de materiële verschuldigdheid van de belastingschuld, zodat TFW c.s. hun verweer kunnen aanvullen. Het oordeel over onrechtmatigheid en aansprakelijkheid blijft gehandhaafd. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkheid van TFW en [X] voor onrechtmatig handelen en verwijst de zaak aan voor nadere bewijslevering over de materiële belastingschuld.