Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1],
1.Het geding in hoger beroep
- akte houdende uitlating producties, met producties;
- antwoordakte.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vorderen appellanten dat WestlandUtrecht Bank N.V. (WUB) een hypothecaire lening verstrekt voor de aankoop van een woning aan de Herengracht te Amsterdam, op grond van een meeneemregeling uit een eerder kredietcontract. Deze regeling zou hen recht geven op voortzetting van de lening onder dezelfde condities na onderhandse verkoop van het onderpand.
De feiten zijn dat appellanten in 2008 een hypothecaire lening van €3.150.000,- bij WUB afsloten met een recht van eerste hypotheek op een woning. Na verkoop van deze woning in 2011 werd de lening afgelost. In 2012 sloten zij een koopovereenkomst voor een nieuwe woning en deden zij een beroep op de meeneemregeling om financiering te verkrijgen. WUB weigerde echter een lening te verstrekken op basis van 90% van de executiewaarde, maar bood slechts 70% van de executiewaarde volgens haar taxatie.
Het hof oordeelt dat de meeneemregeling niet betekent dat WUB haar toetsingsverplichtingen onder de Wet op het financieel toezicht en de Gedragscode Hypothecaire Financieringen mag negeren. De bank mag rekening houden met marktomstandigheden en de kredietwaardigheid van de kredietnemer. De taxaties van WUB zijn redelijk en de stellingen van appellanten onvoldoende om deze te betwisten. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen af, waarbij appellanten de kosten dragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van appellanten af.