Uitspraak
[naam],
1. Het geding in hoger beroep
De stukken van het geding
3. De feiten
4. De standpunten van partijen
5. De beoordeling
6. De beslissing
1.Het verloop van de procedure
- de klacht van 17 juni 2011;
- de brief van de secretaris van de Kamer van Toezicht aan klaagster van 7 juli 2011 en de reactie daarop van klaagster van 3 augustus 2011 met bijlagen;
- de brief van klaagster van 25 oktober 2011 met bijlagen;
- de reactie van 28 november 2011 van de notaris op de klacht met bijlagen;
- de repliek van klaagster van 6 maart 2012;
- de dupliek van de notaris van 14 maart 2012;
- het proces-verbaal van de openbare vergadering van de Kamer van 21 juni 2012.
2.De vaststaande feiten
2.2. Erflater had in de jaren voorafgaande aan zijn overlijden regelmatig de notaris ingeschakeld voor de behartiging van zijn notariële belangen.
2.3. De nalatenschap omvatte onder meer alle aandelen in [BV]
, enig aandeelhoudster van [BV] Laatstgenoemde vennootschap en [BV] houden via de [stichting]100 % van de certificaten van aandelen in [BV] Deze vennootschap houdt op haar beurt alle aandelen in [BV] en [BV] Op het tijdstip van overlijden was erflater bestuurder van die Stichting. De aandelen in [BV] worden gehouden door [naam] ([naam]), de oudste dochter van klaagster en erflater. Op grond van een aandeelhoudersovereenkomst is [BV] gehouden alle aan die vennootschap toebehorende certificaten van aandelen [BV] te koop aan te bieden aan [BV]
2.7 Op 4 mei 2010 heeft een kantoorgenote van de notaris aan de kinderen van erflater ter ondertekening gestuurd een verklaring/volmacht houdende zuivere aanvaarding van de nalatenschap van erflater, berusting in zijn testament en volmachtgeving aan hun moeder, klaagster.
2.12 Op 11 november 2010 heeft de notaris met [naam] (hierna ook: [naam]), die door klaagster op 27 september 2010 gevolmachtigd was om haar te vertegenwoordigen en haar belangen in belastingzaken, erfrechtzaken en bedrijfseconomische zaken te behartigen, de afwikkeling van de nalatenschap besproken.
2.13 Bij brief van 25 november 2010 heeft de notaris aan [naam] verzocht hem het formulier voor de aangifte erfbelasting te verstrekken.
2.14 Op 2 december 2010 heeft klaagster de notaris geschreven:
2.17 De notaris heeft op 24 december 2010 in reactie hierop aan klaagster geschreven dat hij als boedelnotaris niet alleen de belangen van klaagster maar ook de belangen van haar kinderen diende te behartigen en dat klaagster in haar eentje niet bij machte was zijn opdracht als boedelnotaris in te trekken.
2.18 Bij brief van 27 september 2010 heeft de notaris klaagster, de kinderen en [naam] voorgesteld in de tweede week van januari 2011 de afwikkeling van de nalatenschap samen te bespreken.
2.21 Klaagster, haar kinderen, [naam], [naam] en de notaris hebben op 4 februari 2011 op het kantoor van de notaris geprobeerd om tot een minnelijke oplossing te komen en om te bezien of de familieverhoudingen hersteld konden worden.
2.24 De drie dochters hebben op 17 februari 2011 hun moeder doen weten dat zij haar besluit om haar bevoegdheid als executeur te laten gelden niet accepteerden, maar zouden moeten respecteren en dat zij de notaris per direct hadden aangesteld als partijnotaris.
3.De klacht, de gronden waarop deze berust en het verweer
4.De beoordeling:
“over elke schouder mee kan kijken”.
De beslissing