3.1.Bij de bestreden beschikking is - voor zover van belang - :
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de vrouw vastgesteld;
- de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aldus bepaald dat de man [minderjarige] eenmaal per veertien dagen in de even weken van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij zich heeft, alsmede de helft van de vakanties, waarbij de vrouw haalt en brengt en aan de man ten behoeve van de vakanties een reisdocument voor [minderjarige] en de zorgpas ter beschikking stelt;
- bepaald dat de man met ingang van 1 juni 2012 een bedrag van € 136,50 per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige], bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw, met dien verstande dat – voor zover de man over de periode vanaf 1 juni 2012 tot de datum van de beschikking meer heeft betaald dan wel meer op hem is verhaald – de bijdrage tot de datum van de beschikking wordt bepaald op hetgeen door de man is betaald of op hem is verhaald.
Het verzoek van de vrouw een uitkering tot haar levensonderhoud vast te stellen van € 954,- per maand, is afgewezen.
Deze beschikking is gegeven op de verzoeken van vrouw, voor zover van belang:
- de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij haar te bepalen;
- te bepalen dat [minderjarige] de even weekenden van vrijdagmiddag circa 16.00 uur tot maandagochtend bij de man zal zijn alsmede gedurende de helft van de vakanties aansluitend op het weekend;
- een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] vast te stellen van € 653,- per maand, dan wel een bedrag dat de rechtbank juist acht, telkens bij vooruitbetaling te voldoen
- een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw vast te stellen van € 954,- per maand, dan wel een bedrag dat de rechtbank juist acht, bij vooruitbetaling te voldoen.
Voorts is de beschikking gegeven op de zelfstandige verzoeken van de man, voor zover van belang:
- te bepalen dat hij tot 1 oktober 2011 een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw dient te betalen van maximaal € 600,- bruto per maand, dan wel een bedrag dat de rechtbank juist acht en te bepalen dat hij vanaf 1 oktober 2011 geen draagkracht heeft om een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw te voldoen en de door hem te betalen bijdrage op nihil te stellen, dan wel op een bedrag dat de rechtbank juist acht;
- primair: te bepalen dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij hem zal hebben;
- subsidiair: te bepalen dat de man en [minderjarige] ieder even weekend van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend omgang hebben alsmede gedurende de helft van de vakanties, waarbij de vrouw [minderjarige] zal halen en brengen in het geval zij naar [a] verhuist;
- te bepalen dat de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] maximaal € 438,- per maand zal bedragen, dan wel een bedrag dat de rechtbank juist acht;
- te bepalen dat hij vanaf 1 oktober 2011 geen draagkracht heeft om bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] en te bepalen dat de bijdrage op nihil wordt gesteld, dan wel op een bedrag dat de rechtbank juist acht.