Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2002 gehuwd en hebben een kind uit dit huwelijk. Het huwelijk is ontbonden in december 2012. De hoofdverblijfplaats van het kind was vastgesteld bij de vrouw, met omgangsregeling voor de man. De vrouw lijdt aan multiple sclerose en ontvangt een bijstandsuitkering, terwijl de man een inkomen heeft uit loondienst en een eerdere ontslagvergoeding.
In hoger beroep verzoekt de man om de hoofdverblijfplaats van het kind bij hem vast te stellen, mede vanwege de gezondheid van de vrouw en de sociale contacten van het kind. De vrouw stelt dat het kind inmiddels geworteld is op haar woonplaats en dat zij de verzorging aankan, maar door haar ziekte niet in staat is het kind te halen en brengen.
Het hof bekrachtigt de hoofdverblijfplaats bij de vrouw, oordeelt dat de man het kind moet halen en brengen vanwege de gezondheidsproblemen van de vrouw, en stelt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding vast op €440 per maand. De man heeft geen draagkracht voor partneralimentatie. Het hof houdt rekening met samenwoning van de man met zijn partner en past de draagkrachtberekening daarop aan.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het kind blijft bij de vrouw, de man moet het kind halen en brengen en betaalt €440 per maand aan verzorgingskosten.