Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
beschikking van de wrakingskamer van 6 augustus 2013
[appellant],
mr. M.R. Krulte Den Haag.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele dagvaardingszaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen een wrakingsbeslissing van de rechtbank Amsterdam. Het hof overweegt dat een wrakingsverzoek een incidentele vordering is binnen de hoofdzaak en dat de beslissing daarop een tussenvonnis betreft waarop geen zelfstandig hoger beroep openstaat volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro.
Verzoeker betoogde dat het appelverbod doorbroken kan worden vanwege vermeende schending van artikel 6 EVRM Pro, maar het hof oordeelt dat tussentijds hoger beroep slechts mogelijk is indien de rechter dit toestaat. De rechtbank heeft dit niet gedaan, waardoor verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk is.
Het hof wijst erop dat verzoeker bij het eventueel instellen van hoger beroep in de hoofdzaak alsnog de wrakingsbeslissing kan aanvechten en de relevante vragen kan voorleggen. In dit stadium is echter geen plaats voor inhoudelijke behandeling van het wrakingsverzoek.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep van verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk en komt het niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Er is geen mondelinge behandeling bepaald.
Uitkomst: Verzoeker is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing.