Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een hoger beroep van de gemeente Amsterdam tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam over de verhaalsbijdrage die een man moet betalen voor de bijstand aan zijn minderjarige kind. De man had verzocht de bijdrage vanaf 1 juni 2012 op nihil te stellen wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder hogere woonlasten.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft onderzocht of de verhaalsbijdrage nog aan de wettelijke maatstaven voldoet, mede omdat de man een huurwoning betrokken heeft met hogere woonlasten. De man stelde ook dat de moeder van het kind onterecht bijstand ontvangt vanwege vermeende zwarte inkomsten, maar dit is onvoldoende aannemelijk gemaakt.
De bijdrage van €148 per maand werd niet te hoog geacht gezien het inkomen van de man in 2007. Wel is de draagkracht van de man herbeoordeeld met inachtneming van zijn huurkosten, schuldenlast en verwervingskosten. Het hof acht de huurkosten van €450 tot €550 per maand redelijk en houdt rekening met aflossingen en rente van schulden. De man heeft voldoende draagkracht om vanaf 1 januari 2013 €145 per maand te betalen.
De eerdere beschikking wordt vernietigd en het verzoek van de man tot nihilstelling afgewezen. De verhaalsbijdrage wordt vastgesteld op €145 per maand zolang de bijstand voortduurt. Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De verhaalsbijdrage van de man wordt vastgesteld op €145 per maand vanaf 1 januari 2013, het verzoek tot nihilstelling wordt afgewezen.