ECLI:NL:GHAMS:2013:2829
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- D. Kingma
- J.J.M. Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig gezag aan vader wegens verstoorde communicatie en langdurig verblijf kind
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind beëindigde en het eenhoofdig gezag aan de vader toekende. De moeder betwistte haar niet-tijdige kennisname van de beschikking en stelde dat zij niet gebonden is aan eerdere proceshandelingen.
Het hof oordeelde dat de moeder tijdig hoger beroep had ingesteld omdat niet was gebleken dat zij eerder dan 23 oktober 2012 van de beschikking op de hoogte was. De inhoudelijke beoordeling richtte zich op de vraag of wijziging van het gezag in het belang van het kind noodzakelijk was. Het kind verblijft sinds 2010 bij de vader in Nederland, die voor een stabiele opvoedingssituatie zorgt, terwijl de moeder in Afghanistan/Pakistan woont en niet in Nederland bekend is.
De communicatie tussen ouders is sinds 2010 vrijwel geheel afwezig, waardoor gezamenlijke gezagsuitoefening niet mogelijk is. Gezien de omstandigheden en het aanstaande vertrek van de moeder naar Afghanistan/Pakistan acht het hof het niet in het belang van het kind het gezamenlijk gezag te handhaven. Daarom werd het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend en het hoger beroep van de moeder afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag toe aan de vader en wijst het hoger beroep van de moeder af.