Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen waren gehuwd sinds 2006 en hun huwelijk werd op 16 april 2013 ontbonden. De man ging in hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Haarlem waarin partneralimentatie was vastgesteld. Hij stelde dat de vrouw samenwoonde met een ander en daardoor geen recht had op alimentatie, en betwistte haar behoefte en zijn draagkracht.
Het hof stelde vast dat de man onvoldoende bewijs leverde voor het samenwonen van de vrouw met een nieuwe partner als waren zij gehuwd. De vrouw was arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering, en het hof achtte aannemelijk dat zij niet in haar behoefte kon voorzien. De man had een fiscaal loon van circa €40.000 en een aantal schulden, maar het hof hield rekening met een draagkrachtpercentage van 60% en beperkte de schuldenlast niet.
Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank waarin de man vanaf 16 juli 2013 €800 per maand aan partneralimentatie moet betalen, met een periode van drie maanden nihil voorafgaand. De man had geen bijzondere omstandigheden gesteld om de alimentatieduur te limiteren, zodat de wettelijke termijn van toepassing bleef.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de partneralimentatie van €800 per maand vanaf 16 juli 2013 en wijst het hoger beroep af.