In deze civiele zaak in hoger beroep tussen [appellant] en Dexia Nederland B.V. staat centraal of een telefonisch gesprek heeft plaatsgevonden waarin Dexia heeft verzekerd dat het aanmeldingsformulier slechts bedoeld was om nadere informatie te verkrijgen en niet als acceptatie van het aanbod zou gelden.
[Appellant] stelt dat hij begin juni 2003 telefonisch door een medewerker van Dexia is geïnformeerd dat het invullen en retourneren van het aanmeldingsformulier alleen diende om klantspecifieke informatie te verkrijgen, waarna hij nog de keuze had het aanbod te accepteren of niet. Dexia kon echter geen notities of loggegevens over dit telefoongesprek overleggen en stelde dat de contacten uitsluitend schriftelijk waren geweest.
Het hof heeft [appellant] toegestaan bewijs te leveren dat het gesprek op 5 juni 2003 heeft plaatsgevonden en beveelt een getuigenverhoor aan, dat zal plaatsvinden onder leiding van een raadsheer-commissaris. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere procesafspraken, waarbij ook de namen van getuigen en hun beschikbaarheid worden opgegeven.
Het arrest bevestigt de bewijsopdracht en de procedurele stappen om het geschil over de inhoud van het telefoongesprek nader te onderzoeken, waarbij het hof vasthoudt aan zijn eerdere tussenarrest.