Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
)en € 27.642,20 aan omzetbelasting.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, een importeur van bulgur-tarwe, werd door de inspecteur aangemerkt als douaneschuldenaar wegens het indienen van onjuiste gegevens in douaneaangiften. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de verbindendheid van artikel 54 van Pro het Douanebesluit en de vraag of middellijke verstrekking van onjuiste gegevens via een opdrachtgever aan de aangever het schuldenaarschap uitsluit. Het hof oordeelt dat artikel 54 Douanebesluit Pro een wettelijke basis heeft via de Douanewet en het CDW en dat de term 'verstrekt' ook middellijk moet worden uitgelegd.
Uit het onderzoek bleek dat belanghebbende wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de verstrekte gegevens onjuist waren, onder meer doordat zij geen plausibele verklaring gaf voor het grote verschil tussen ingevoerde harde tarwe en verkochte bulgur. De stelling dat bulgur en harde tarwe hetzelfde zijn, werd verworpen. Het hof concludeert dat belanghebbende terecht als douaneschuldenaar is aangemerkt en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de belanghebbende blijft als douaneschuldenaar aangemerkt.