ECLI:NL:GHAMS:2013:3125
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep openbaar ministerie bij overeenkomst verdachte als getuige
In deze strafzaak heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak waarbij de verdachte een straf van acht jaar gevangenisstraf kreeg, gebaseerd op een overeenkomst met het OM waarin de verdachte zich verplichtte als getuige mee te werken in andere strafzaken. De verdediging voerde een preliminair verweer tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep, stellende dat het OM geen rechtens te respecteren belang heeft bij het hoger beroep vanwege deze afspraak.
Het hof overweegt dat het hoger beroep tijdig en volgens de wettelijke regels is ingesteld. Het erkent dat het OM onder omstandigheden niet-ontvankelijk kan zijn als het geen rechtens te respecteren belang heeft of misbruik van procesrecht maakt. Echter, het hof concludeert dat het OM wel degelijk een belang heeft bij het hoger beroep, mede omdat de duur van de te vorderen straf mede afhangt van de mate waarin de verdachte zijn verplichtingen als getuige nakomt.
Het hof wijst erop dat de verdachte zich in eerste aanleg heeft gehouden aan de overeenkomst, wat heeft geleid tot strafkorting. De toekomstige naleving van deze verplichtingen kan van invloed zijn op de straf in hoger beroep. Het verweer tot niet-ontvankelijkheid wordt daarom verworpen en de overige gronden voor het hoger beroep behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van het openbaar ministerie ontvankelijk en wijst het verweer tot niet-ontvankelijkheid af.