ECLI:NL:GHAMS:2013:3174
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A. van Haeringen
- J. Kok
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlands recht bij echtscheiding ondanks Pakistaanse nationaliteit
Partijen zijn in 2010 in Pakistan gehuwd; de vrouw heeft de Britse nationaliteit en de man de Pakistaanse. De man stelde dat Pakistaans recht van toepassing is op de echtscheiding, omdat beide partijen een gemeenschappelijke nationaliteit en maatschappelijke band met Pakistan zouden hebben.
De vrouw betwistte dit en stelde dat zij geen Pakistaanse nationaliteit heeft en onvoldoende maatschappelijke banden met Pakistan onderhoudt. Het hof concludeerde dat de vrouw haar hele leven in Nederland heeft gewoond, daar werkt en sociale en economische banden heeft, waardoor een werkelijke maatschappelijke band met Pakistan ontbreekt.
De uitzondering in artikel 10:56 lid 2 sub b BW Pro is daarom niet van toepassing en Nederlands recht is van toepassing op het echtscheidingsverzoek. Het hof verwierp ook het beroep op Pakistaans recht voor het huwelijksvermogensregime omdat dit niet in de bestreden beschikking was beoordeeld.
Alle grieven van de man faalden en het hof bekrachtigde de bestreden beschikking. De man was ontvankelijk in hoger beroep, hoewel hij niet bij de zitting verscheen.
Uitkomst: Nederlands recht is van toepassing op het echtscheidingsverzoek omdat onvoldoende aannemelijk is dat de vrouw een werkelijke maatschappelijke band met Pakistan heeft.