Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin werd bepaald dat zij een verhaalsbijdrage aan de gemeente moest betalen vanwege bijstand die aan haar ex-man werd verleend. De gemeente stelde dat de vrouw naast haar opgegeven inkomsten over meer inkomen beschikte, onder meer vanwege haar rol als President Commissaris van een onderneming en andere inkomstenbronnen.
Het hof heeft de financiële situatie van de vrouw onderzocht, waarbij rekening werd gehouden met haar WAO-uitkering en inkomsten uit onderhuur. De vermeende extra inkomsten uit ondernemingen op haar adres en haar functie als President Commissaris werden door het hof niet aannemelijk geacht. Ook incidentele vergoedingen en het persoonsgebonden budget werden niet als inkomen meegeteld.
Op basis van deze feiten concludeerde het hof dat de vrouw onvoldoende draagkracht heeft om een verhaalsbijdrage te voldoen. De bestreden beschikking werd vernietigd en het verzoek van de gemeente afgewezen. De kosten van de procedure werden niet aan de gemeente opgelegd, maar op de gebruikelijke wijze gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en wijst het verzoek van de gemeente tot verhaalsbijdrage af wegens onvoldoende draagkracht van de vrouw.