ECLI:NL:GHAMS:2013:3330
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake gezamenlijk gezag minderjarige met verblijfplaats in Letland
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld van een man tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van zijn verzoek tot gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind. De minderjarige is geboren in Letland en heeft een periode in Nederland gewoond, maar verbleef ten tijde van het verzoek duurzaam in Letland.
De man betoogde dat de gewone verblijfplaats van het kind Nederland was vanwege haar langdurige verblijf en sociale bindingen daar. De vrouw stelde dat de gewone verblijfplaats in Letland was, waar het kind is geboren, een Lets paspoort bezit en momenteel woont. Het hof oordeelde dat de gewone verblijfplaats op het moment van het verzoek in Letland lag en dat de rechtbank terecht onbevoegd was.
Verder werd overwogen dat geen uitzonderingen van Brussel IIbis van toepassing waren en dat geen ondubbelzinnige aanvaarding van Nederlandse rechtsmacht bestond. De proceskosten werden niet toegewezen aan een van de partijen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek van de man af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag af wegens onbevoegdheid van de Nederlandse rechter.