ECLI:NL:GHAMS:2013:3423
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Römer
- Van Ginhoven
- Van Asperen de Boer-Delescen
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank tot behandeling verzoek artikel 36 Sv na terugwijzing zaak
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Strafvordering om een verklaring voor recht te verkrijgen dat de strafzaak tegen hem is geëindigd. De zaak kent een lange proceduregeschiedenis met eerdere vonnissen, cassatie en terugwijzing door de Hoge Raad.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en partijen gehoord tijdens een openbare behandeling. De kernvraag was welk gerecht bevoegd is om het verzoek te behandelen, gezien de terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad en de daaropvolgende procedurele handelingen.
Het hof overweegt dat de vervolging voor de feiten die terug zijn verwezen naar de rechtbank, feitelijk bij de rechtbank berust. Hoewel er sinds de terugwijzing geen vervolgingshandelingen zijn verricht, past dit binnen het systeem van artikel 36 Sv Pro. Daarom verklaart het hof zich onbevoegd en wijst het verzoek door naar de rechtbank.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 20 september 2013.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek en wijst de bevoegdheid toe aan de rechtbank.